
Deugdruif Nienke Esther Grooten
4 juni 2026 – We mochten weer stemmen. In maart hebben we allemaal de gemeente laten weten wat we nodig vonden. Vrij massaal! Dat vond ik goed nieuws, dat er zoveel mensen waren die het belangrijk vonden. Ik kon zelf pas laat in de avond gaan stemmen, omdat ik in Eindhoven moest werken overdag.
En ook toen waren de straten nog vol met plukjes mensen met dat stembiljet in de hand, die gloed van verwachting en de verbeten trek om de monden van “ik-zal-ze-wel-ens-even-laten-weten-wat-ikervan- vind”. In het stemlokaal, heel praktisch recht tegenover mijn appartement, stonden drie mensen in de rij voor me. Drie mensen aan de tafel om alle papieren te controleren en uitleg te geven. Je kon zien dat ze een lange dag hadden gehad, maar ze waren erg vrolijk.Ze zagen eruit alsof ze ook blij waren met de hoge opkomst. Toen ik mijn vakje had roodgekleurd en het stemlokaal verliet met een innig tevreden gevoel van het Verrichten van een Goede Daad, kroop ik in bed en dacht pas drie dagen later aan de uitslag.

Er was uiteraard iets prachtigs Nederlands gebeurd: werkelijk iedereen had iets te mauwen. Links, rechts, jong, oud, mensen die wel hadden gestemd, mensen die niet hadden gestemd, studenten, de zogenaamde ‘Echte Utrechters’, mensen van binnen en van buiten de stad. Het was allemaal verschrikkelijk en het einde was nabij, onze prachtige stad zou ten onder gaan in de linkse veel te tolerante troep, of een hel van een politiestaat worden wegens het ontbreken van het echte links in de politiek, die verdomde studenten die hier maar een jaar bleven, maakten alles kapot en gingen daarna weer weg, het was allemaal de schuld van de buitenlanders, naar de Echte
Utrechters werd NOOIT geluisterd…
En in de maanden daarna? In de maanden daarna werd bij mij in de straat een grote buitenspelletjesdag georganiseerd voor de hele buurt en wie verder nog maar zin had, er werden opruimacties gehouden voor het niet aflatende zwerfafval, kinderen werden naar school gebracht, mensen gingen naar hun werk en kwamen weer thuis. Ik kreeg een high five van een kindje van vijf omdat er een poes op mijn T-shirt stond, een student moest lachen omdat ik op straat hardop met het liedje uit mijn koptelefoon meezong, mijn buren groetten me, in de bibliotheek werden taallessen verzorgd en aan kleine kindjes werd in verschillende talen voorgelezen. Het leven ging, kortom, zijn gangetje. Alsof er niks was gebeurd. En zou er al wat gebeuren, dan mogen we de volgende keer weer helemaal anders stemmen. En daar dan lekker Nederlands een jaar of vier over gaan lopen klagen. Wat een goed leven hebben we dan toch eigenlijk.
Nienke Esther Grooten, Eindhovense van origine en voormalig stadsdichter aldaar, werkt als pedagogisch medewerker in de kinderopvang. Schrijft en zingt graag. Blij dat ze inmiddels al vier jaar op Kanaleneiland mag wonen.


