3 oktober 2025 – Anne woont aan de Monnetlaan, is getrouwd en heeft twee jonge kinderen. Ze bespreekt in haar columns de ‘flat’-way of living.
Tekst: Anne Rietveld – Illustratie: Manon Sas
Sinds wij in onze flat wonen, zeur ik veel meer over het weer, tot ongenoegen van de mensen om mij heen. Mijn gezucht en gesteun beperkt zich overigens tot de zomermaanden; de rest van het jaar ben ík het zonnetje in huis. Waar de meeste mensen reikhalzen uitkijken naar de zomer, zijn het voor mij vaak dagen van afzien.
Warme lucht stijgt op en laten wij nu net op de vierde en hoogste verdieping wonen. Alles wordt warm: muren, vloeren en plafonds. Na de klim van acht trappen kom je bezweet boven en douchen heeft nauwelijks zin. Je komt er namelijk net zo bezweet weer uit. Toch word je vanzelf creatief in hoe je de warmte te lijf gaat en voeren wij het
Nationaal Hitteplan op lokaal niveau door. Een zomerbriesje is goud waard, ook al krijg je er muggen voor terug.
Zo hebben wij zonwering aan beide kanten. Het doet veel, maar je moet op tijd je zonwering naar beneden doen en niet, zoals ik weleens doe, de ramen op een kier laten staan. Heeft geen zin. Zodra de zon onder gaat, gooien we alles open. Een zomerbriesje is goud waard, ook al krijg je er muggen voor terug. Verder lopen we thuis rond in zo min mogelijk kleding (voor sommige naasten even wennen) en staat er in elke kamer een ventilator op standje turbo. Wat een verademing! En tot slot: verkassen. Tijdelijk weliswaar, maar we zoeken geregeld plekken op waar het wél uit te houden is: bij familie, vrienden of gewoon aan het water.
Dat de herfst nu zijn intrede heeft gedaan, doet mij veel deugd. De ventilatoren zijn opgeborgen, we lopen weer aangekleed rond en douchen heeft eindelijk weer zin. Wat een verademing!


