7 oktober 2026 – “Wat leuk, is dit voor de beestjes?” Mijn moeder kijkt verwonderd om zich heen terwijl we door de binnentuin lopen. Het gras heeft een respectabele hoogte van zeker vijftig centimeter weten te bereiken en madeliefjes, boterbloempjes en andere plukbloemen gaan de hoogte in. Geloof me, zonnebloemen kunnen daar nog een

puntje aan zuigen.

Ik zucht terwijl ik mijn moeder aankijk. Nee, dit is niet voor de ‘beestjes’. Hoewel het natúúrlijk wel dat ‘bij’-effect heeft. En toegegeven: het zag er misschien wat onverzorgd uit, het had ook iets heel fleurigs. Er waren wat problemen met onze vaste tuinman, in die zin dat hij dus niet meer kwam. Zo geschiedde dat alle bewoners van de twee flats
met lede ogen aan moesten zien hoe hun gezamenlijke tuin veranderde in een groene wildernis. De weg naar de brievenbus veranderde langzaam in een groen obstakel. Onze gleuf was nagenoeg niet meer te zien. Maar een grasmaaier erbij pakken of een heggenschaar: nee, ho maar.

Blijkbaar had niemand echt de puf om de (tuin)handschoen op te pakken. Ook bij ons werd de boel deze zomervakantie behoorlijk de boel gelaten.

Met grote moeite liet ik mijn kinderen langer opblijven dan normaal, omdat de hele camping om acht uur ’s avonds nog actief was en het té warm was om te gaan slapen. Nog even spelen in de speeltuin? Ach, waarom niet. Maar voor iemand die zelf enorm lekker gaat op de drie R’s (Rust, Reinheid en Regelmaat), was de zomervakantie voor mij ook tegelijkertijd een cursus ‘Loslaten van verwachtingen’.

Inmiddels is hij er weer. De tuinman die we zo hebben gemist. En je begrijpt wel dat ik een vreugdedansje heb gedaan. Het gras is teruggebracht naar een acceptabele hoogte. De weg naar de brievenbus is weer zichtbaar en ook onze postgleuf is weer bereikbaar. Back to normal!

Anne woont aan de Monnettelaan en heeft twee jonge kinderen. Ze bespreekt in haar colimn de ‘flat’-way of living.